Eetstoornissen

Zodra het abnormale eten de gezondheid kan verstoren en een op zichzelf staande problematiek vormt (en dus geen teken of symptoom van een andere stoornis of aandoening) spreken we van een eetstoornis. We volgen de GOS-indeling of classificatie van het Londense Great Ormond Street Hospital.

PICA

Is het herhaald eten van stoffen die niet eetbaar zijn. In de DSM-IV wordt pica gedefinieerd als het hardnekkig eten van niet voor consumptie geschikte stoffen gedurende een periode van minstens een maand, waarbij het eten van deze stoffen niet past bij het ontwikkelingsniveau (pica komt vrij vaak voor bij kinderen tussen 18 en 36 maanden, maar wordt daarna steeds zeldzamer) of geen deel uitmaakt van cultureel geaccepteerde gewoonten.

RUMINATIESTOORNIS

Half verteerd voedsel wordt herhaaldelijk en zonder inspanning uit de maag naar boven gewerkt, herkauwd en weer ingeslikt, in de afwezigheid van een gekende causale, organische stoornis. Het wordt dikwijls gerapporteerd bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Aangenomen wordt dat psychosociale factoren, soms in interactie met een medische aandoening, aan de basis liggen van deze stoornis.

SELECTIEF ETEN

Het betreft een heterogene groep kinderen, meestal jongens, met erg beperkte eetgewoonten in termen van het soort voedsel dat zij accepteren. De criteria voor de diagnose zijn:

  • tenminste gedurende twee jaar beperkt gebruik van soorten voedsel;

  • geen bereidheid om nieuwe soorten voedsel te proberen;

  • geen abnormale cognities betreffende gewicht of lichaamsvorm;

  • geen angst om te braken of te stikken;

  • gewicht kan laag, normaal of hoog zijn.

FUNCTIONELE DYSFAGIE

Deze kinderen komen in het algemeen met klachten over moeite of pijn met slikken. De criteria voor de diagnose zijn:

  • voedselvermijding;

  • angst om te slikken, te braken of te stikken;

  • geen abnormale cognities betreffende gewicht of lichaamsvorm;

  • geen ziekelijke preoccupatie betreffende gewicht of lichaamsvorm;

  • geen organisch hersenletsel of psychose 

VOEDSELVERMIJDINGS- EN EMOTIONELE STOORNIS

Het vermijden van voedsel heeft bij deze kinderen een emotionele basis. Zij kunnen zich ook presenteren met groeivertraging. De criteria voor de diagnose zijn:

  • voedselvermijding welke niet primair veroorzaakt wordt door een affectieve stoornis;

  • gewichtsverlies;

  • stoornis in de stemming welke niet voldoet aan criteria voor een primaire stemmingsstoornis;

  • geen abnormale cognities betreffende gewicht en lichaamsvorm;

  • geen ziekelijke preoccupatie betreffende gewicht en lichaamsvorm;

  • geen organisch hersenletsel of psychose. 

PERVASIEF WEIGERINGSSYNDROOM

Deze kinderen komen vaak bij een centrum voor eetstoornissen vanwege hun weigering om te eten en te drinken. De criteria voor de diagnose zijn:

  • hardnekkige weigering om te eten, drinken, lopen, praten of voor zichzelf te zorgen;

  • vastbesloten verzet tegen pogingen tot hulp.

(Bron: Eetexpert.be (2010). Herkenning en aanpak van eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek voor het CGG. Brussel: Vlaamse Gemeenschap, Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.)

EETSTOORNISSEN BIJ JONGEREN EN VOLWASSENEN

In principe kan gesproken worden van een eetstoornis bij jongeren en volwassenen wanneer zij in gedachten en gedrag voortdurend bezig zijn met wat ze eten, met hun eigen gewicht of lichamelijk voorkomen. Het afwijkend eetgedrag is wel het meest opvallende kenmerk (hoewel niet steeds observeerbaar), maar mag geen gevolg zijn van een lichamelijke aandoening of een psychose.

De typische eetstoornissen (volgens DSM-IV) zijn anorexia nervosa, boulimia nervosa en de eetbuistoornis. Als men niet voldoet aan alle diagnostische kenmerken van de beschreven eetstoornis is er sprake van een atypische eetstoornis. Een persoon kan in de loop van de tijd evolueren van het ene naar een ander type eetstoornis, maar de basisproblematiek blijft dezelfde ook al veranderen de uiterlijke kenmerken. Eetstoornissen moeten dan ook als een samenhangend geheel worden beschouwd: we spreken daarom van een spectrum van eetstoornissen.

                

ANOREXIA NERVOSA

De naam anorexia nervosa is misleidend. Anorexia betekent letterlijk „gebrek aan eetlust‟, wat als symptoom bij talrijke lichamelijke en psychische stoornissen (bijv. depressie) kan voorkomen. In werkelijkheid hebben jongeren met anorexia nervosa geen gebrek aan eetlust, maar proberen ze doelbewust hun eetlust en hongergevoel te onderdrukken. Het is in essentie geen kwestie van 'niet kunnen' maar van ‘niet willen eten’. Anorexia zou beter „magerzucht‟ genoemd worden, want de patiënten hebben een onweerstaanbare drang om af te vallen. Ze zijn er als het ware aan verslaafd en gaan ermee door, zelfs als zij al sterk zijn vermagerd. Alles wat te maken heeft met eten, gewicht en lichaamsvorm is een obsessie: denken, voelen en handelen worden beheerst en bepaald door een niet-ophoudend verlangen mager te zijn. Centraal staat daarbij de beangstigende beleving dat men veel te dik is of dit zal worden (gewichtsfobie), ook al is het lichaamsgewicht ver beneden het normaal te verwachten peil. Er is dus sprake van een sterk vertekend lichaamsbeeld.

Er bestaan twee vormen:

  • het beperkende (restrictieve) type: zij vermageren door hun voedselinname sterk te beperken of selectief caloriearm voedsel in te nemen; vaak gaat dit gepaard met overmatige lichamelijke activiteit (veel sporten, joggen, fitnesstraining, buikspieroefeningen);

  • het gemengde type: naast episoden van voedselbeperking zullen deze patiënten ook gebruik maken van zelfopgewekt braken, laxeermiddelen en zelfs diuretica (plaspillen, waterafdrijvende middelen) om te vermageren; deze middelen tot gewichtsverlaging treden vaker op naarmate zij tussendoor ook last hebben van eetbuien (boulimie).

BOULIMIA NERVOSA

De kern van boulimia nervosa zou men kunnen omschrijven als een compromis tussen een oncontroleerbare eetdrang en de overheersende wens om slank te blijven. Tijdens de eetbui worden grote hoeveelheden eten verorberd en hebben de patiënten het gevoel dat ze de controle over hun eetgedrag kwijt zijn. Ze kunnen niet meer stoppen met eten. Meestal gaat het om voedsel (zoet en vet) dat ze zich buiten de eetbuien niet toestaan. Het aantal en de duur van een eetbui variëren sterk. Eetbuien kunnen plots opkomen maar ook van tevoren gepland zijn. Zo kan men gedurende de dag nauwelijks iets eten (een soort anorectischereactie) om zich s‟avonds over te geven aan een eetbui. Dit gebeurt bijna steeds als men alleen is; een eetbui is dus een verborgen probleem, dat men zo lang en goed mogelijk geheim wil houden.

Vele eetbuien treden op in reactie op emotionele situaties: neerslachtigheid, eenzaamheid, boosheid. Een eetbui kan ook ontstaan wanneer men het gevoel heeft „over de schreef‟ te zijn gegaan, omdat men meer gegeten heeft dan men zichzelf had toegestaan. Men voelt zich dan 'gefaald' en daarop 'laat men zich gaan'. Na de eetbui voelt men zich misselijk, onbehaaglijk en krijgt men schuldgevoelens. De angst in gewicht toe te nemen is sterk zodat de meesten zich zo snel mogelijk van het opgenomen voedsel willen ontdoen door te braken, laxeren, vasten, sporten, enz; dit noemen we de compensatiereacties.

Net als de anorexiapatiënten zijn boulimiapatiënten geobsedeerd door voedsel, gewicht en lichaamsomvang. De meesten vertonen wel gewichtsschommelingen, maar binnen normale grenzen. Zakt het gewicht te sterk (beneden BMI 18) dan slaat de diagnose om in anorexia nervosa van het gemengde type; lukt het compensatiegedrag onvoldoende dan zal het gewicht juist stijgen en kan overgewicht ontstaan; in dat geval kan er een overlap bestaan met de eetbuistoornis.

EETBUISTOORNIS

Deze groep eetstoornissen (ook bekend als „binge eating disorder‟) vertoont enige overlapping met boulimia nervosa. Zij hebben alle kenmerken van de boulimie wat de eetbuien betreft, maar passen niet de gewichtscorrigerende compensatiereacties toe (of houden dit niet vol) zodat hun gewicht onvermijdelijk gaat stijgen. Deze patiënten zouden wel slanker willen zijn, maar hebben het opgegeven of houden hun lijnpogingen niet lang vol. De eetbuistoornis gaat dan ook vaak gepaard met overgewicht.

ATYPISCHE EETSTOORNISSEN

Eerst gaat het om eetstoornissen die niet helemaal passen in voorgaande categorie. Daarnaast kunnen eetstoornissen optreden in samenhang met een somatische en psychiatrische problematiek.

Varianten van typische eetstoornissen

Tot de atypische eetstoornissen behoren allerlei varianten die niet geheel voldoen aan de diagnostische kenmerken van anorexia of boulimia nervosa. Het klinische beeld hoeft echter niet minder ernstig te zijn. In een aantal gevallen kan een dergelijke eetstoornis zich ontwikkelen tot een volledig beeld van anorexia of boulimia nervosa. Enkele voorbeelden:

  • iemand die aan gedragskenmerken van anorexia nervosa voldoet en aanzienlijk vermagerd is, maar nog binnen normale grenzen weegt (bijv. personen die voorheen obees waren en flink zijn afgevallen);

  • iemand met een normaal gewicht die regelmatig compensatiegedrag vertoont na het eten van kleine hoeveelheden voedsel (bijv. zelf opgewekt braken na het eten van twee koekjes);

  • iemand die frequent voedsel kauwt (veelal zoetigheden) en het daarna uitspuugt voordat het is doorgeslikt;

  • braakfobie (emetofobie) of de hinderlijke angst over te geven zich uitend in o.a. vermijding van bepaald voedsel of situaties die met braken geassocieerd worden;

  • orthorexia of sterke preoccupatie met „gezonde voeding‟ waardoor hieraan veel tijd en aandacht wordt besteed (bijv. bij uitzoeken of klaarmaken van eten), vaak gekoppeld aan ongewone bezorgdheid om de eigen gezondheid.

Gekoppeld aan somatische problemen

Allerlei lichamelijke aandoeningen (met name infecties en tumoren) kunnen gepaard gaan met verlies aan eetlust en vermagering. Meest voorkomend zijn verstoringen van de spijsvertering zoals bij maagontsteking (gastritis) of maagzweer (maagulcus). Dit kan indirect tot gewichtsverlies leiden door selectief eten (vermijden van allerlei spijzen) zoals ook voorkomt bij prikkelbare darm (darmkrampen) en ziekte van Crohn. Ook suikerziekte (diabetes) kan gepaard gaan met gestoord eetgedrag en zelfs ontsporen tot eetbuien ten gevolge van een te streng dieet.
Uiteraard is een goed medisch onderzoek steeds aangewezen in het geval van eet- en gewichtsproblemen, maar het feit dat er een somatische afwijking gevonden wordt betekent nog niet dat er geen psychische factoren kunnen meespelen en dat een eetstoornis verborgen kan zijn achter de lichamelijke aandoening. Belangrijk is te letten op de beleving van de persoon: in hoever minimaliseert of dramatiseert hij/zij de eetproblemen?

Gekoppeld aan psychiatrische problemen

Verstoord eetgedrag komt bij diverse psychiatrische problemen voor. Vaak wordt er te weinig aandacht aan geschonken omdat men het een bijkomstig probleem acht en slechts als een „secundair symptoom‟ beschouwt. Toch kan het uit de hand lopen en tot een „echte‟ eetstoornis ontwikkelen. Bovendien mag men niet vergeten dat heel wat eetstoornissen een comorbiditeit met andere psychiatrische stoornissen kunnen hebben. Bij de aanpak zal hiermee rekening gehouden moeten worden. Enkele voorbeelden:

  • In het kader van een psychose kunnen er eetproblemen optreden hetzij gekoppeld aan abnormale preoccupaties (bijv. gestoorde lichaamsbeleving), hetzij ten gevolge van wanen (bijv. overtuiging vergiftigd te worden).

  • Misbruik van genotsmiddelen (alcohol, drugs) kan gepaard gaan met gestoorde voedselinname. Alcoholmisbruik kan tot voedingstekorten leiden maar kan ook een compensatie zijn van eetbuien (boulimie): de eetdrang onderdrukken door drinken. Heel wat stimulerende drugs (amfetamines, ecstasy, cocaine) kunnen de eetlust onderdrukken en zo gebruikt worden als middel tot gewichtscontrole.

  • Bekend zijn de verstoorde eetlust bij stemmingsstoornissen. Meestal denkt men aan de verminderde eetlust bij depressie, die dan zelfs met aanzienlijke vermagering gepaard kan gaan. Maar ook teveel eten kan een symptoom van depressie zijn en bijdragen tot overgewicht.

  • Bij angststoornissen kan zowel verminderde als vermeerderde voedselinname optreden. Het kan dan gaan om een spanningsverschijnsel, maar kan ook te maken hebben met bepaalde obsessies of vermijdingsgedrag (bijv. bang in gezelschap te eten).

  • Nachtelijk eten kan voorkomen zonder dat er volledig ontwaken optreedt, waardoor men 's morgens geen of weinig herinnering meer heeft aan het nachtelijk gebeuren; het gaat wellicht om een slaapstoornis van het type slaapwandelen.

  • Ten slotte mag niet worden vergeten dat psychofarmaca een invloed kunnen hebben op eetlust en stofwisseling. De meer kalmerende middelen (tranquilizers) kunnen de eetlust vergroten, terwijl het omgekeerde kan voorkomen bij de meer stimulerende middelen (sommige antidepressiva , rilatine). Van antipsychotica is ook bekend dat ze de stofwisseling kunnen verstoren en sterke gewichtstoename kunnen veroorzaken. 

(Bron: Eetexpert.be (2010). Herkenning en aanpak van eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek voor het CGG. Brussel: Vlaamse Gemeenschap, Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.)

 

Behandeling : http://www.eetexpert.be/bezoekers/behandeling-behandelmogelijkheden

Meer info: http://www.eetexpert.be/

 

Contact: Romy Coomans en Marie Van Den Berghe.